Lange Termijn Visie

Stichting Steenuilen Groningen

Lange Termijn Visie

Stichting Steenuilen Groningen.

Stichting Steenuilen Groningen 
Dwarshaspel 17
9354VS Zevenhuizen 
voorzitter: Anwar Hilverts  06-53769936
Secretaris: Jan Volkers 06-50479073
Penningmeester: Paul Werkman 06-27496933
Bankrekeningnummer: Rabobank NL30 RABO 0144 8516 52
Kamer van koophandel nr. 97857297

Vogel van het jaar 2026.

De steenuil is landelijk verkozen tot vogel van het jaar 2026 en kan door deze titel rekenen op veel landelijke belangstelling en als gevolg hiervan verwachten de belanghebbende organisaties extra ondersteuning in dit jaar.

Steenuil (Athene noctua)

De steenuil is de kleinste uilensoort van ons land. Dit charmante uiltje voelt zich thuis in een half open cultuurlandschap waar fruitbomen, heggen, en knotwilgen aanwezig zijn.

De steenuil is een alleseter en past zijn menu aan aan het voedselaanbod in de omgeving . Hij eet vooral veldmuizen, regenwormen en kevers, maar ook kleine vogels, insecten, reptielen en amfibieën.

Wetenswaardigheden over de Steenuil:

🦉 Staat bekend als kleinste uilensoort van Nederland 🦉


🦉 Een echte erfvogel is die zich thuis voelt op een kleinschalig boeren erf 🦉


🦉 Jaagt ook lopend op zijn prooien 🦉


🦉 Broedt van oudsher graag in fruitbomen en knotwilgen, dat die er nu bijna niet meer zijn 🦉


🦉 De man de broedplaats bepaalt , dit is meestal binnen 2 kilometer van het ouderlijk nest 🦉


🦉 De vrouw tot wel 20 kilometer vliegt om een geschikte partner te vinden 🦉


🦉 Steenuilenkuikens aan het eind van het eerste levensjaar al geslachtsrijp zijn 🦉


🦉 Ze heel honkvast zijn en het liefst het hele leven op en rond dezelfde broedplek blijven 🦉


🦉 Een gezonde populatie zich langzaam uitbreidt als een olievlek 🦉


🦉 Een snelle uitbreiding door bovenstaande eigenschappen er echt niet in zit! 🦉

 

Terminologie:

biotoop: de nabije vaak afgebakende leefomgeving van bijvoorbeeld een vogel.

dispersie zones: aangewezen gebied waar in dit geval een uilenpopulatie kan uitbreiden.

erfvogel: een vogel die zich heeft aangepast aan het leven in de buurt van mensen.

faciliteren: het mogelijk maken van iets. 

geïsoleerd: afgezonderd.

potentie: het vermogen om iets te worden of bereiken.

populatie: een groep vogels van 1 soort,
die succesvol leeft en voortplant in een bepaald gebied.

reductie: vermindering in aantallen

terminologie: woorden en uitdrukkingen die worden
gebruikt in een bepaald vakgebied.

territoria: meervoud van territorium.

territorium: een leefgebied van bijvoorbeeld een vogel, wat wordt verdedigd om
bronnen als water, voedsel, en ook partners veilig te stellen.

 

De steenuil in Noord Nederland.

De Steenuil doet het in Nederland redelijk goed, maar ontwikkeling en herstel blijven sterk achter in de noordelijke provincies Groningen en Friesland. De aantallen spreken voor zich.

Geschatte populaties per provincie voor het breidseizoen 2025.

Drenthe opp. 2642 km²------------ 150 Steenuilen territoria  bekend.
Friesland opp. 5753 km²-------------- 17 Steenuilen territoria bekend.
Groningen opp. 2952 km²--------------  4  Steenuilen territoria  bekend.

Steenuilen geschiedenis.

In de provincie Groningen werden in 1983 nog ongeveer 150 territoria geteld.

De werkgroep die destijds actief was,  zag lijdzaam toe, hoe de aantallen steenuilen jaarlijks slonken.

20 jaar vrijwilligerswerk hebben de teloorgang niet kunnen stoppen. Rond 2010 werden de werkzaamheden uiteindelijk gestaakt door een gebrek aan steenuilen. De populatie was gedaald tot 5 á 10 territoria. 
Uiteindelijk is er een reductie van de Groningse populatie Steenuilen van -95% in 30 jaar tijd.

Een nieuwe start.

In de 21e eeuw zien we in andere provincies van het land dat er weer successen worden geboekt.

Met diverse maatregelen, ondersteuning en veel vrijwilligerswerk beginnen populaties weer langzaam te groeien. Daarom zijn we als werkgroep in 2024 met frisse moed begonnen om de Steenuil in de provincie Groningen ook een nieuwe start te kunnen geven. 

Welke taken heeft de Stichting Steenuilen Groningen zichzelf gesteld:

1. Het informeren van bewoners in potentiële steenuilengebieden, 
het overgrote deel van de mensen kent de steenuil niet.
2. Het in kaart brengen van de huidige Groningse populatie Steenuilen.
3. Het beschermen van het huidige Steenuilenbestand in Groningen.
4. Het faciliteren van de steenuil om weer als populatie te kunnen leven in de provincie Groningen.
5. Het samenwerken met andere organisaties en instellingen om de gestelde doelen te bereiken.

Broedseizoen 2025.

Tijdens het broedseizoen van de Steenuil in 2025 vond de Groningse werkgroep 4 broedparen in de hele provincie. Omdat we 2 nesten niet goed konden monitoren schatten we het aantal grootgebrachte jongen op 8.

De huidige populatie in de provincie Groningen schatten we op 10-15 broedparen.

Maar het zal nog veel werk en tijd kosten om ze überhaupt allemaal te lokaliseren.

Huidige werkwijze werkgroep.

Door het ontbreken van een gezonde populatie Steenuilen in de provincie Groningen. Zijn we hoofdzakelijk bezig met het lokaliseren van steenuilen in de hele provincie.

 

Korte omschrijving werkwijze:
1. Het bepalen en zoeken van een potentieel steenuilen gebied.
2. Bekendheid  geven aan de Steenuil, door brievenbusflyer bij geschikte huizen/boerderijen. 
3. Bij melding uilen, territorium van de Steenuil opsporen.
4. Eventueel nestkasten ophangen voor de volgende generaties.
5. In Groningen is het verbinden van de kleine populaties op dit moment 
niet mogelijk omdat de afstanden veel te groot zijn.

Waar staan we na een jaar werken.

Het doel van onze werkgroep is duidelijk: het mogelijk maken dat er dat er binnen afzienbare tijd weer een populatie steenuilen in de provincie Groningen leeft. Maar wat is de potentie is van de individuele broedgevallen die we nu verspreid over de provincie vinden?

 

Je kunt je als werkgroep afvragen:

 

1. Hoe groot de kans dat je als jonge steenuil een partner vind, als je op 20, 40, 80 km afstand van de dichtstbijzijnde populatie leeft. Rekening houdend met het feit dat een steenuil zich binnen

een straal van 2 km van het ouderlijk nest graag opnieuw wil vestigen.
 

2. Speelt inteelt een rol bij geïsoleerde broedgevallen?
 

3. Hoe groot is de kans om 1 of 2 individuele broedgevallen binnen meetbare tijd te laten

uitgroeien tot een levensvatbare populatie?
 

4. Kun je individuele broedgevallen die meer dan 10 kilometer van elkaar liggen

ooit verbinden tot een werkende populatie?
 

5. Kun je een populatie opbouwen door regelmatig opgevangen steenuilen uit te zetten bij geïsoleerde broedgevallen?

 

Na een jaar werken trekken wij nu al een voorzichtige conclusie.

De huidige werkmethode(s) zijn hoogstwaarschijnlijk niet voldoende om het gestelde doel te bereiken.

Door de te grote afstanden zal het nagenoeg onmogelijk zijn om kleine populaties en individuele broedgevallen te kunnen verbinden tot een gezonde steenuilenpopulatie in de provincie Groningen.

Als werkgroep kiezen wij dan ook voor een 2e spoor:

Wat ons betreft is de Drentse populatie Steenuilen op dit moment onze beste kans voor

de Steenuilen in de provincie Groningen. Op een aantal plekken is deze gezonde populatie al op enkele kilometers de Groningse grens genaderd. Als we deze populatie kunnen stimuleren om de grens met Groningen over te steken is er op termijn een reële kans dat de Drentse populatie steenuilen doorgroeit in de provincie Groningen en zo het begin is van een nieuwe Groningse Steenuilen populatie. Beschikbare literatuur over Steenuilen bevestigt deze denkwijze en wijst deze methode in sommige gevallen ook aan als de enige optie. Dat we dit in 5 of 10 jaar niet volledig kunnen realiseren is ons wel duidelijk, maar wat ons betreft veroorzaakt een actie altijd een reactie.

Wij verwachten dat de toegezegde samenwerking tussen de werkgroepen van de provincies Groningen en Drenthe, zeker een positieve invloed zullen hebben op de groei van de populatie steenuilen in de gewenste Groningse richting.

Dispersie zones

In het  2e spoor wijzen we een tweetal kansrijke dispersie zones in het grensgebied met Drenthe aan.

Deze zones lopen naar de kansrijke gebieden bij de provincie grens. Hier kunnen de werkgroepen in Drenthe ook hun best doen om de Drentse populatie naar deze plekken te laten groeien.
Een dispersie zone maken we ongeveer 10 km lang en 2.5 kilometer breed. 

 

Het focussen op een beperkt gebied heeft veel voordelen:

 

🦉

In een kleiner gebied hebben aanpassingen een grotere impact dan op provinciaal niveau.

 

🦉

In samenwerking met gemeente of provincie kun je makkelijker aanpassingen doen
in het landschap om de biotoop te verbeteren.

 

🦉

Met een lint van nestkasten door de dispersie-zone kun je de steenuil de broedgelegenheid bieden die er nu mist.

 

🦉

De monitoring is veel eenvoudiger, een hele provincie monitoren is schier onmogelijk.

 

🦉

Ook andere diersoorten kunnen meeliften op een gebiedsverbetering, denk aan ringmus en torenvalk, maar ook andere uilensoorten zoals de ransuil en kerkuil hebben er baat bij. 

Maatregelen binnen een dispersie zone.

Welke maatregelen kunnen we nemen binnen een aangewezen dispersie zone om het landschap en

leefomgeving zo aantrekkelijk en geschikt mogelijk te maken voor de Steenuil?

Biotoop binnen een dispersie zone.

DZ01

Bij het ophangen van nestkasten voor de steenuil selecteren we de erven nu al op de geschiktheid voor de Steenuil. Een erf zal voor de steenuil steeds kansrijker worden naarmate er meerdere van de genoemde  elementen aanwezig zijn.

 

1.    boomwallen, heggen, knotwilgen en vooral fruitbomen.

 

2.    kruiden en bloemrijke groenstroken voor meer insecten.

 

3.    Het aanwezig zijn boerderijdieren als, paarden,  pony’s, varkens, koeien en schapen.

 

4.    Kleine mesthoop van vaste mest.

 

5.    Jachtgebied van minimaal 500m² waarbij gras regelmatig gemaaid word.

 

6.    Diverse uitkijkpunten voor de steenuil, bijvoorbeeld paaltjes, houtstapels.

 

7.    Erfhoeken waar nooit wat aan gedaan wordt.

 

8.    Een Steenuil prefereert een rommelig erf duidelijk voor een netjes opgeruimd erf.

 

9.    Geschikte nestgelegenheid.

 

10.    Kanttekening:  een riant voedselaanbod kan soms voldoende zijn voor de Steenuil om toch aanwezig te zijn.

De biotoop komt dan blijkbaar op de 2e plaats.

Nestgelegenheid binnen een dispersie zone.

DZ02

We zijn nog niet echt ingegaan op de mogelijke oorzaken van het de teruggang van de steenuil in onze provincie.

Dit willen we ook niet doen omdat wij als werkgroep aan de meeste van de aanwijsbare oorzaken niets kunnen doen of veranderen. Dit is wat ons betreft aan de samenleving. De schaalvergroting in de landbouw is hier een voorbeeld van. Met de sloop van oude schuren en de bouw van nieuwe grote damwandschuren die goed geïsoleerd en potdicht zijn heeft de Steenuil als erfvogel steeds meer moeite om een geschikte nestplaats te vinden. We zien dan ook dat hij voornamelijk kiest voor de oorspronkelijke (nu oude) bebouwing die nog in het landschap voorhanden is. Gelukkig is dit een van de punten waar we wel wat aan kunnen doen. Er is veel ervaring opgedaan met nestkasten, en in sommige delen van Nederland broedt het grootste deel van de populatie al in een nestkast. Een nestkast is vaak veiliger en kansrijker omdat de jonge steenuilen beter beschermd zijn tegen predatoren zoals de steen- en boommarter. In de Dispersie zone willen we de Steenuil een ruime nestgelegenheid aanbieden. Per Dispersie zone willen we minimaal 30 nestkasten tot onze beschikking hebben. Het aantal nestkasten die we uiteindelijk nodig hebben is nu nog zeer moeilijk in te schatten. Dit zal blijken tijdens de werkzaamheden.

Bewustwording en voorlichting van de bewoners binnen een dispersie zone.

DZ03

Wil je aan het werk op gemeentelijke of provinciale grond blijkt zelfs aan het ophangen van een nestkast een ellenlang vergunning traject te hangen of is het antwoord gewoon, nee niet mogelijk.

Hieruit blijkt wel dat medewerking van bewoners in een gebied van cruciaal belang voor het slagen van een project.

Zij zijn vaak enthousiast en bereidwillig om binnen een korte tijd mee te werken. Dit geeft een project natuurlijk veel tijdwinst en kun je in een relatief korte periode veel doen. Tijdens ons werk in de provincie hebben we echter gemerkt dat er te weinig kennis is betreft de Steenuil en zijn leefomgeving. We zullen mensen moeten voorzien van informatie over leefwijze, biotoop en nestgelegenheid van de steenuil.

Monitoring binnen een dispersie zone.

DZ04

De Groningse werkgroep heeft op dit moment de beschikking over 20 wildcamera’s die ter beschikking zijn gesteld door een bereidwillige sponsor. De camera’s sturen gemaakte foto’s rechtstreek de Cloud in en kunnen op de telefoon van de vrijwilligers worden bekeken.

 

De monitoring via dit camera systeem biedt veel voordelen:

 

  1. We reizen aanmerkelijk minder , nestkasten hangen soms op 80 kilometer reisafstand. 
  2. Door de live beelden kunnen we ingrijpen als dit nodig is.  
  3. We leren veel van de camerabeelden en kunnen hier op anticiperen.
  4. We doen meer werk met minder mensen.

De lange termijn visie is geschreven door Paul Werkman.
Heeft u vragen, opmerkingen of aanvullingen op dit document?
neem dan contact op met het 
bestuur van de Stichting Steenuilen Groningen.

Vogel van het jaar 2026.

De steenuil is landelijk verkozen tot vogel van het jaar 2026 en kan door deze titel rekenen op veel landelijke belangstelling en als gevolg hiervan verwachten de belanghebbende organisaties extra ondersteuning in dit jaar.

Steenuil (Athene noctua)

De steenuil is de kleinste uilensoort van ons land. Dit charmante uiltje voelt zich thuis in een half open cultuurlandschap waar fruitbomen, heggen, en knotwilgen aanwezig zijn.

De steenuil is een alleseter en past zijn menu aan aan het voedselaanbod in de omgeving . Hij eet vooral veldmuizen, regenwormen en kevers, maar ook kleine vogels, insecten, reptielen en amfibieën.

Wetenswaardigheden over de Steenuil:

🦉 Staat bekend als kleinste uilensoort van Nederland 🦉


🦉 Een echte erfvogel is die zich thuis voelt op een kleinschalig boeren erf 🦉


🦉 Jaagt ook lopend op zijn prooien 🦉


🦉 Broedt van oudsher graag in fruitbomen en knotwilgen, dat die er nu bijna niet meer zijn 🦉


🦉 De man de broedplaats bepaalt , dit is meestal binnen 2 kilometer van het ouderlijk nest 🦉


🦉 De vrouw tot wel 20 kilometer vliegt om een geschikte partner te vinden 🦉


🦉 Steenuilenkuikens aan het eind van het eerste levensjaar al geslachtsrijp zijn 🦉


🦉 Ze heel honkvast zijn en het liefst het hele leven op en rond dezelfde broedplek blijven 🦉


🦉 Een gezonde populatie zich langzaam uitbreidt als een olievlek 🦉


🦉 Een snelle uitbreiding door bovenstaande eigenschappen er echt niet in zit! 🦉

 

Terminologie:

biotoop: de nabije vaak afgebakende leefomgeving van bijvoorbeeld een vogel.


dispersie zones: aangewezen gebied waar in dit geval een uilenpopulatie kan uitbreiden.


erfvogel: een vogel die zich heeft aangepast aan het leven in de buurt van mensen.


faciliteren: het mogelijk maken van iets. 


geïsoleerd: afgezonderd.


potentie: het vermogen om iets te worden of bereiken.


populatie: een groep vogels van 1 soort,
die succesvol  leeft en voortplant in een bepaald gebied.


reductie: vermindering in aantallen


terminologie: woorden en uitdrukkingen die worden
gebruikt in een bepaald vakgebied.


territoria: meervoud van territorium.


territorium: een leefgebied van bijvoorbeeld een vogel, wat wordt verdedigd om bronnen als water, voedsel, en ook partners veilig te stellen.

 

De steenuil in Noord Nederland.

De Steenuil doet het in Nederland redelijk goed, maar ontwikkeling en herstel blijven sterk achter in de noordelijke provincies Groningen en Friesland. De aantallen spreken voor zich.

Geschatte populaties per provincie voor het breidseizoen 2025.

Drenthe opp. 2642 km²------------ 150 Steenuilen territoria  bekend.
Friesland opp. 5753 km²-------------- 17 Steenuilen territoria bekend.
Groningen opp. 2952 km²--------------  4  Steenuilen territoria  bekend.

Steenuilen geschiedenis.

In de provincie Groningen werden in 1983 nog ongeveer 150 territoria geteld.

De werkgroep die destijds actief was zag lijdzaam toe 
hoe de aantallen steenuilen jaarlijks slonken.

20 jaar vrijwilligerswerk hebben de teloorgang niet kunnen stoppen.
Rond 2010 werden de werkzaamheden uiteindelijk gestaakt door een gebrek aan steenuilen. De populatie was gedaald tot 5 á 10 territoria. Uiteindelijk is er een reductie van de Groningse populatie Steenuilen van -95% in 30 jaar tijd.

Een nieuwe start.

In de 21e eeuw zien we in andere provincies van het land dat er weer successen worden geboekt. Met diverse maatregelen, ondersteuning en veel vrijwilligerswerk beginnen populaties weer langzaam te groeien.
Daarom zijn we als werkgroep in 2024 met frisse moed begonnen om de Steenuil in de provincie Groningen ook een nieuwe start te kunnen geven. 

Welke taken heeft de Stichting Steenuilen Groningen zichzelf gesteld:

1. Het informeren van bewoners in potentiële steenuilengebieden, 
het overgrote deel van de mensen kent de steenuil niet.


2. Het in kaart brengen van de huidige Groningse populatie Steenuilen.


3. Het beschermen van het huidige Steenuilenbestand in Groningen.


4. Het faciliteren van de steenuil om weer als populatie te
kunnen leven in de provincie Groningen.


5. Het samenwerken met andere organisaties en
instellingen om de gestelde doelen te bereiken.

 

Broedseizoen 2025.

Tijdens het broedseizoen van de Steenuil in 2025 vond de Groningse werkgroep 4 broedparen in de hele provincie. Omdat we 2 nesten niet goed konden monitoren schatten we het aantal grootgebrachte jongen op 8.

De huidige populatie in de provincie Groningen schatten we op 10-15 broedparen.

Maar het zal nog veel werk en tijd kosten om ze überhaupt allemaal te lokaliseren.

Huidige werkwijze werkgroep.

Door het ontbreken van een gezonde populatie Steenuilen in de provincie Groningen. Zijn we hoofdzakelijk bezig met het lokaliseren van steenuilen in de hele provincie.

 

Korte omschrijving werkwijze:
1. Het bepalen en zoeken van een potentieel steenuilen gebied.


2. Bekendheid geven aan de Steenuil, door brievenbusflyer
bij geschikte huizen/boerderijen. 


3. Bij melding uilen, territorium van de Steenuil opsporen.


4. Eventueel nestkasten ophangen voor de volgende generaties.


5. In Groningen is het verbinden van de kleine populaties op dit moment 
niet mogelijk omdat de afstanden veel te groot zijn.

 

Waar staan we na een jaar werken.

Het doel van onze werkgroep is duidelijk: het mogelijk maken dat er dat er binnen afzienbare tijd weer een populatie steenuilen in de provincie Groningen leeft.
Maar wat is de potentie van de individuele broedgevallen die we nu verspreid over de provincie vinden?

 

Je kunt je als werkgroep afvragen:

 

1. Hoe groot de kans dat je als jonge steenuil een partner vind, als je op 20, 40, 80 km afstand van de dichtstbijzijnde populatie leeft.
Rekening houdend met het feit dat een steenuil zich binnen een straal van 2 km van het ouderlijk nest graag opnieuw wil vestigen.
 

2. Speelt inteelt een rol bij geïsoleerde broedgevallen?
 

3. Hoe groot is de kans om 1 of 2 individuele broedgevallen binnen meetbare tijd te laten

uitgroeien tot een levensvatbare populatie?
 

4. Kun je individuele broedgevallen die meer dan 10 kilometer van elkaar liggen

ooit verbinden tot een werkende populatie?
 

5. Kun je een populatie opbouwen door regelmatig opgevangen steenuilen uit te zetten bij geïsoleerde broedgevallen?

 

Na een jaar werken trekken wij nu al een voorzichtige conclusie.

De huidige werkmethode(s) zijn hoogstwaarschijnlijk niet voldoende om het gestelde doel te bereiken. Door de te grote afstanden zal het nagenoeg onmogelijk zijn om kleine populaties en individuele broedgevallen te kunnen verbinden tot een gezonde steenuilenpopulatie in de provincie Groningen.

Als werkgroep kiezen wij dan ook voor een 2e spoor:

Wat ons betreft is de Drentse populatie Steenuilen op dit moment onze beste kans voor

de Steenuilen in de provincie Groningen. Op een aantal plekken is deze gezonde populatie al op enkele kilometers de Groningse grens genaderd. Als we deze populatie kunnen stimuleren om de grens met Groningen over te steken is er op termijn een reële kans dat de Drentse populatie steenuilen doorgroeit in de provincie Groningen en zo het begin is van een nieuwe Groningse Steenuilen populatie. Beschikbare literatuur over Steenuilen bevestigt deze denkwijze en wijst deze methode in sommige gevallen ook aan als de enige optie. Dat we dit in 5 of 10 jaar niet volledig kunnen realiseren is ons wel duidelijk, maar wat ons betreft veroorzaakt een actie altijd een reactie. Wij verwachten dat de toegezegde samenwerking tussen de werkgroepen van de provincies Groningen en Drenthe, zeker een positieve invloed zullen hebben op de groei van de populatie steenuilen in de gewenste Groningse richting.

Dispersie zones

In het  2e spoor wijzen we een tweetal kansrijke dispersie zones in het grensgebied met Drenthe aan.

Deze zones lopen naar de kansrijke gebieden bij de provincie grens. Hier kunnen de werkgroepen in Drenthe ook hun best doen om de Drentse populatie naar deze plekken te laten groeien. Een dispersie zone maken we ongeveer 10 km lang en

2.5 kilometer breed. 

 

Het focussen op een beperkt gebied heeft veel voordelen:

 

🦉

In een kleiner gebied hebben aanpassingen een grotere
impact dan op provinciaal niveau.
 

🦉

In samenwerking met gemeente of provincie kun je makkelijker aanpassingen doen in het landschap om de biotoop te verbeteren.

 

🦉

Met een lint van nestkasten door de dispersie-zone kun je de steenuil de broedgelegenheid bieden die er nu mist.
 

🦉

De monitoring is veel eenvoudiger,
een hele provincie monitoren is schier onmogelijk.
 

🦉

Ook andere diersoorten kunnen meeliften op een gebiedsverbetering, denk aan ringmus en torenvalk, maar ook andere uilensoorten zoals de ransuil en kerkuil hebben er baat bij.
 

Maatregelen binnen een dispersie zone.

Welke maatregelen kunnen we nemen binnen een aangewezen

dispersie zone om het landschap en leefomgeving zo aantrekkelijk en geschikt mogelijk te maken voor de steenuil?

Biotoop binnen een dispersie zone.

DZ01

Bij het ophangen van nestkasten voor de steenuil selecteren we de erven nu al op de geschiktheid voor de Steenuil. Een erf zal voor de steenuil steeds kansrijker worden naarmate er meerdere van de genoemde  elementen aanwezig zijn.

 

  1. boomwallen, heggen, knotwilgen en vooral fruitbomen.
     

  2. kruiden en bloemrijke groenstroken voor meer insecten.
     

  3. Het aanwezig zijn boerderijdieren als, paarden,  pony’s, varkens, koeien en schapen.
     

  4. Kleine mesthoop van vaste mest.
     

  5. Jachtgebied van minimaal 500m2 waarbij gras regelmatig gemaaid word.
     

  6. Diverse uitkijkpunten voor de steenuil, bijvoorbeeld paaltjes, houtstapels.
     

  7. Erfhoeken waar nooit wat aan gedaan wordt.
     

  8. Een Steenuil prefereert een rommelig erf duidelijk voor een netjes opgeruimd erf.
     

  9. Geschikte nestgelegenheid.
     

  10. Kanttekening:  een riant voedselaanbod kan soms voldoende zijn voor de Steenuil om toch aanwezig te zijn. De biotoop komt dan blijkbaar op de 2e plaats.

Nestgelegenheid binnen een dispersie zone.

DZ02

We zijn nog niet echt ingegaan op de mogelijke oorzaken van het de teruggang van de steenuil in onze provincie. Dit willen we ook niet doen omdat wij als werkgroep aan de meeste van de aanwijsbare oorzaken niets kunnen doen of veranderen. Dit is wat ons betreft aan de samenleving. De schaalvergroting in de landbouw is hier een voorbeeld van. Met de sloop van oude schuren en de bouw van nieuwe grote damwandschuren die goed geïsoleerd en potdicht zijn heeft de Steenuil als erfvogel steeds meer moeite om een geschikte nestplaats te vinden. We zien dan ook dat hij voornamelijk kiest voor de oorspronkelijke (nu oude) bebouwing die nog in het landschap voorhanden is. Gelukkig is dit een van de punten waar we wel wat aan kunnen doen. Er is veel ervaring opgedaan met nestkasten, en in sommige delen van Nederland broedt het grootste deel van de populatie al in een nestkast. Een nestkast is vaak veiliger en kansrijker omdat de jonge steenuilen beter beschermd zijn tegen predatoren zoals de steen- en boommarter. In de Dispersie zone willen we de Steenuil een ruime nestgelegenheid aanbieden. Per Dispersie zone willen we minimaal 30 nestkasten tot onze beschikking hebben. Het aantal nestkasten die we uiteindelijk nodig hebben is nu nog zeer moeilijk in te schatten. Dit zal blijken tijdens de werkzaamheden.

Bewustwording en voorlichting van de bewoners binnen een dispersie zone.

DZ03

Wil je aan het werk op gemeentelijke of provinciale grond blijkt zelfs aan het ophangen van een nestkast een ellenlang vergunning traject te hangen of is het antwoord gewoon, nee niet mogelijk. Hieruit blijkt wel dat medewerking van bewoners in een gebied van cruciaal belang voor het slagen van een project.

Zij zijn vaak enthousiast en bereidwillig om binnen een korte tijd mee te werken.

Dit geeft een project natuurlijk veel tijdwinst en kun je in een relatief korte periode veel doen. Tijdens ons werk in de provincie hebben we echter gemerkt dat er te weinig kennis is betreft de Steenuil en zijn leefomgeving. We zullen mensen moeten voorzien van informatie over leefwijze, biotoop en nestgelegenheid van de steenuil.

Monitoring binnen een dispersie zone.

DZ04

De Groningse werkgroep heeft op dit moment de beschikking over 20 wildcamera’s die ter beschikking zijn gesteld door een bereidwillige sponsor. De camera’s sturen gemaakte foto’s rechtstreek de Cloud in en kunnen op de telefoon van de vrijwilligers worden bekeken.

 

De monitoring via dit camera systeem biedt veel voordelen:

 

  1. We reizen aanmerkelijk minder, nestkasten hangen soms op
    80 kilometer reisafstand.
     
  2. Door de live beelden kunnen we ingrijpen als dit nodig is. 
     
  3. We leren veel van de camerabeelden en kunnen hier op anticiperen.
     
  4. We doen meer werk met minder mensen.

De lange termijn visie is geschreven door Paul Werkman.
Heeft u vragen, opmerkingen of aanvullingen op dit document?
neem dan contact op met het 
bestuur van de Stichting Steenuilen Groningen.